Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 137.

Art. 137'. De regel, ten minste eens in 't jaar vergadering , stond reeds in de Schets van Hogendorp art. 42. Misschien dacht men aan eene, geruimen tijd schoon met tusschenpoozen van uitstel voortgezette, zitting, als die der Statengeneraal. Ook behelsden de reglementen omtrent de zamenstell. van de Staten der prov. v. 26 August. 1814 geenerlei den duur der vergadering beperkend voorschrift. Zij zeiden slechts, dat zij van wege den Souvereinen Vorst zou worden gesloten evenzeer, als geopend1. Die v. 1817 voegden er bij, dat de gewone vergadering niet zou kunnen worden gesloten vóór den vijftienden dag na de opening, ten ware met onderling goedvinden van den gouverneur en de Staten wierd begrepen, dat de sluiting vroeger kon geschieden3. Dit alles werd bij de derde uitgaaf der reglementen, die v. 1825, bevestigd; maar zij verbood daarenboven 4, buiten 's Konings uitdrukkelijke toestemming, scheiding op reces, of onder eenigen anderen naam, ten gevolge hebbende dat, na zekere dagen tusschenpoozing, de bijeenkomst wierd hervat, langer dan voor acht dagen.

Volgens de Grondwet, die v. 1814 zoowel als v. 1815, moesten al deze of dergelijke voorschriften, zoo zij te pas kwamen, niet zijn gemaakt bij een reglement omtrent de zamenstell. der Staten, maar

') Art. 137. De Staten der provinciën vergaderen ten minste eens in het jaar, en vervolgens zoo dikwijls als zij door den Koning worden bijeengeroepen. ') Zie b. v. dat voor Gelderland art. 27.

3) B. v. dat voor Utrecht art. 47.

4) Art. 68.

Sluiten