Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 141.

de Staatsregeling v. 1798 art. 175-178, 214 1. Volgens die v. 1801 art. 65, 66 2, regelde ieder departement de kosten van zijn bestuur, en droeg het de raming voor aan het Staatsbewind. In die behoeften werd, op voordragt van het departementaal Bestuur, bij de wet voorzien, 't zij door gedeelten van algemeene belastingen, aan de departementale kas toegewezen, 't zij door magtiging tot het heffen van bijzondere departementale belastingen'. Op gelijken voet werd, onder de Staatsregeling v. 1805 de departementale begrooting onder goedkeuring van het algemeene Gouvernement bepaald; en tot dekking stelde het laatste de vereischte sommen uit de nationale kas ter beschikking van het departementaal Bestuur 4. In het koningrijk Holland raamde, volgens art. 26 en 27 van het Decreet v. 29 April 1807 »,

■> Art. 175. De huislijke Departementaale kosten, voor ieder Departement, worden, jaarlijks, door het Vertegenwoordigend

Lichaam bepaald.

\rt. 176. Ten dien einde zend elk Departementaal Bestuur, jaarlijks met den aanvang der maand September, aan het Uitvoerend Bewind eene specifieke begrooting der kosten voor het

volgend jaar. , , , , ..

■) Art. 65. Ieder Departement regelt de kosten van deszelfs

eigen huishoudelijk bestuur.

Art. 66. Tot goedmaking der bovengemelde gewone kosten, zal — door ieder Departementaal Bestuur eene begrooting derzelve aan het Staatsbewind worden voorgedragen.

3) 58.

4) Zie Algemeen Reglement voor de departementale Besturen, art. 40-47, Staatsbesl. d. Bat. Rep. Jon. 1805, Public, gearrest. in de maand Junij 1805, p. 20, 21. Vergel. art. 6 en 65 der Staatsregel, v. 1805.

5) Art. 26. »De Landdrost zal jaarlijks, na deswegens met »de Assessoren te hebben geconfereerd, aan de Ministers van

Sluiten