Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 143.

't geen de Schets van Hogendorp en de vorige Grondwet bevordering van den godsdienst noemden 1.

De woorden kunnen tweederlei, een ruimeren en een beperkteren, zin hebben. Het artikel zegt, of dat alle bedoelde wetten aan de Staten ter uitvoering moeten worden toegezonden; of dat zij die uitvoeren, welke de Koning goedvindt hun te dien einde toe te zenden. De eerste opvatting schijnt te worden ondersteund door 't geen Raepsaet uit de commissie berigt2. De tweede is met den aard der zaak overeenkomstiger.

In beide uitleggingen neemt men aan, dat welke zoowel op de wetten slaat, wier onderwerpen met name worden aangewezen, als op die «omtrent alle «andere zaken tot de algemeene belangen betrekke»lijk." Maar het is ook mogelijk, dat de Grondwet de Staten met de uitvoering der eerstgenoemde wetten onvoorwaardelijk, met die der overige slechts dan wil belasten, wanneer de Kroon verkiest hun die uitvoering op te dragen. In deze, op zich zelve en uit de geschiedenis van het artikel meest waarschijnlijke, meening kent art. 143 de overige deelen van binnenlandsch bestuur, buiten de algemeene politie van veiligheid, justitie, finantien en oorlog, aan de Staten regtstreeks toe. Het zijn met dat, daar het IX Hoofdstuk van handelt, hoofdonderwerpen derzelfde werkzaamheid van regering, die art. 144 de gewone inwendige politie en oeconomie noemt. Zoo dat de Staten uitvoerders zijn van het Rijksgezag in diezelfde

') Vergel. Baepsaet, 1. e. p. 141, 142.

-) L. c. p. 136. 141. 152.

II Deel. 6

Sluiten