Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 444.

»welke de bepalingen der grondwet en andere wet»ten maar eenigzins toelaten V'

Zoo men zich hiervan spoedige verwezenlijking beloofde, bragt men zich onzen toestand niet helder voor den geest.

De gedachte der Grondwet is dezelfde, als die der Staatsregeling v. 1801. Zij bestemt de provinmie Vertegenwoordiging ten aanzien van het binnenandsche huishouden, dat art. 144 haar onderwerpt, tot gewone, dagelijksche regeermagt der provincie! Het Rijksgezag heeft slechts te handelen of aan te vullen, waar dat der Staten, binnen den provincialen kring bepaald, te kort schiet.

Maar toen de Grondwet werd ingevoerd, hadden wet en algemeen Bestuur gedurende twintig jaren de ngting gekregen om alles alleen te ordenen. De andere wetten, waaronder wij leefden, stemden met de Grondwet met overeen. De Staatsregeling v. 1801 had slechts de gevolgen van het nog weinig gevestigde stelsel v. 1798 te overwinnen. Doch wij moesten eene volledige, door Frankrijk uitgewerkte en ons diep ingeplante wetgeving, wij moesten onzegansche publieke vorming veranderen, of de kracht, die art. 14^ oproept, kon zich niet vrij bewegen.

In deze omstandigheden bleef de toepassing der provinciale autonomie, zoo wat de onderwerpen als

wat den vorm aangaat, tot hiertoe beperkt en gebrekkig. b

Zij raakte inzonderheid de politie van sommige stukken der landhuishouding, inzonderheid van de

') Vergelijk boven, op Art. 143 bl. 86, 87.

Sluiten