Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 144.

volle vergadering; ten zij, naar art. 36, de zaak geen uitstel kunne lijden.

Zeer goede redenen sluiten den Koning van het regt, om provinciale verordeningen te doen ontwerpen en voorstellen, uit1.

Maar de koninklijke goedkeuring is noodig om het besluit der Staten tot eene provinciale verordening te verheffen. Deze heeft eerst haar beslag, of komt tot stand, door overeenstemming van hunnen wil met dien des Konings.

De Koning moet dus het Besluit in zijn geheel of goed- of afkeuren. Gedeeltelijke goedkeuring ware afkeuring.

De tijd, binnen welken de koninklijke verklaring moet worden gegeven, is bij geene wet bepaald. Eene naauwe bepaling, die geene uitzondering gedoogde, kon soms hinderlijk zijn. Maar het misbruik der tegenwoordige vrijheid stuit de werking van de grondwettige zorge der Staten voor hunne provincie. Zou eene wet, die gebood, dat het antwoord vóór de eerstvolgende gewone vergadering moest zijn ingekomen , niet ruimte genoeg aan het vereischte onderzoek laten?

Na ontvangen goedkeuring zijn het wederom de Staten alleen, op wier bevel de verordening wordt uitgevaardigd , afgekondigd en ingevoerd; eerste daden van uitvoerende magt, die hun in haar geheel behoort \

') Brief aan een lid der Staten van Gelderl. p 17 18 =) L. c. p. 12, 13. ' '

Sluiten