Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 145.

chaam niet zouden worden bekrachtigd. Op dienzelfden voet werd de bepaling van art. 66 der Staatsregeling van 1801 herhaald bij die v. 1805 art. 65

Zij werd vervolgens door de Grondwet v. 1814 art. 892 overgenomen zonder de reden, welke er bij de Staatsregelingen v. 1801 en 1805 voor bestond. In de Grondwet v. 1814 toch werd niets gezegd van provinciale belastingen, door de Staten voor te dragen.

Op plaatselijke belastingen kon niet zijn gedoeld; want dienaangaande was voorzien bij art. 96, ons art. 155, laatste alinea.

Uit de Grondwet v. 1814 is het artikel zonder discussie3, gekomen in die v. 1815. Waarop slaat het?

Op het tweede gedeelte van art. 148? In zoo verre de voor te dragen middelen in provinciale belastingen mogten bestaan? In dit geval behoort de zorge, waarvan art. 145 spreekt, van regtswege aan het Rijksgezag.

Maar het artikel kan toepassing hebben bij zoodanige verordeningen, waarvan in de koninklijke Beslui¬

te departementbelastingen, door de Vergadering van • M' ~ vastgesteld, zullen niet mogen betreffen den doorvoer door, den uitvoer naar, of den invoer uit eeniq ander Departement. Voorts woordelijk het slot van art. 66 der vorige Staatsregeling.

) Zij zorgen, dat de doorvoer door, de uitvoer naar of de invoer uit eenige andere Provinciën of Landschappen qeene belemmering ondergaan, voor zoo verre bij de algemeenewet-

3)Raepsa^tT^ geen^zondere voorzieningen gemaakt zijn.

Sluiten