Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 146.

boorden, in der minne bij te leggen. Zij hadden, zoo die pogingen vruchteloos waren, te beslissen, behalve in zaken, welke notoir behoor en tot de cog- \ nitie van den Regter, als welke aan denzelven \ zxdlen moeten worden verwezen.

De Grondwet v. 1814 art. 90 hield zich aan de Schets van Hogendorp art. 41, volgens welke de Staten zich moesten bevlijtigen, om de geschillen tusschen gemeenten in der minne bij te leggen, lntusschen scheen Hogendorp enkel te hebben gedacht aan zulke gevallen, die, zoo de bemiddeling niet slaagde, een burgerregtelijk vonnis eischten. De Grondwet v. 18141 daarentegen, als of zij geene andere dan publiekregtelijke of administratieve geschillen voor oogen had, pastte ook hier den regel toe, bij art. 48 omtrent de geschillen tusschen provinciën voorgeschreven. De Grondwet v. 1815 nam het artikel over, vervangende slechts: Steden, Districten, Heerlijkheden en Dorpen: door één woord: plaatselijke besturen 1.

Geldt de regel ook dan, wanneer het privaatregtelijke geschillen zijn? Behelst art. 146 dus eene uitzondering van art. 163? Dit is aangenomen onder andere bij eene circulaire van het Departement van Binnenlandsche Zaken v. 6 Dec. 1825 3, en zelfs

') Art. 90. Zij trachten alle verschillen tusschen Steden, Districten, Heerlijkheden en Dorpen in der minne lij te leggen. Indien zij daarin niet kunnen slagen, dragen zij het geval ter beslissing op aan den Souvereinen Vorst.

•) Zie Kaepsaet 1. c. p. 105 sq.

3) Z. haar in de Regtsgel. Bijdr. van den Tex en van Hall, X D. 1836 n°. 4 p. 574 sq.

Sluiten