Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 149, 150.

Ook ten aanzien dezer takken, wanneer de handelingen, daartoe betrekkelijk, met de provinciale belangen in aanraking komen, mogen de provinciale Staten, volgens art. 149 die belangen voorstaan.

Zegt art. 149 dit niet, dan zegt het niets. Het spreekt van zelfs, dat de voorspraak der provinciale Staten enkel op individueel provinciale redenen ma» gegrond zijn. °

Art. 149 schijnt dus niet overtollig, maar geeft aan de provinciale Staten een ruimer regt, dan zij uit art. 159 zouden hebben. Een regt, dat alleen door hen, en niet door de Statengeneraal, vertegenwoordigende het nederlandsche volk in zijn geheel, kan worden geoefend. Hetgeen ook nimmer tot verwarring van magt kan leiden, zoo lang voorspreken geene oefening van magt is, en de provinciale Staten van de gehoorzaamheid aan de Rijkswet en het Rijksgouvernement niet ontslaat.

Art. 1501 is art. 75 der Grondwet v. 1814, beperkt. De Grondwet v. 1814 stelde het voorschrift, dat aan de provinciale autonomie een zeer breeden' voet gaf, denkelijk met 't oog op de onderscheidene departementale reglementen, ingevolge van de Staatsregeling v. 1801 uitgevaardigd. Het werd aan de provinciale wetgeving overgelaten, de algemeene be-

') Art. 150. De wijze waarop het gezag en de magt aan de provtnciale Staten bij en ten gevolge van deze grondwet gegeven, wordt geoefend, wordt geregeld bij sooaanige reglementen, als door de Staten der Pworden'€n 9emaakt en door den Koning goedgekeurd

Sluiten