is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanteekening op de grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 451.

die het vorig artikel eischt. De Grondwet v. 4814 art. 93 had, overeenkomstig met de Schets van Hogendorp art. 43, zich vergenoegd te zeggen, dat de Staten, indien zij dit noodig oordeelen, uit hun midden een of meer collegien van eenige leden benoemen, tot beleid van zaken, zoo gedurende den tijd hunner vergadering als van hunne afwezendheid. Vergelijk het Rapport v. 13 Julij 1815 p. 26 l.

Onder de Staatsregeling v. 1798 had men in ieder departement één enkelvoudig collegie van bestuur van zeven leden, gekozen op de wijze in art. 156 sqq. bepaald. Onder de Staatsregeling v. 1801 bedienden de departementale Besturen, in sommige departementen 2 althans viermalen ten jare vergaderende, zich voor de andere tijden van een gedeputeerd Bestuur, dat zij of dadelijk bij het reglement inrigtten, of zich voorbehielden later in te rigten. Het algemeene Reglement v. 1805 art. 1, 2, 8, 9, hield deze beginselen vast 3. Men gevoelde de groote voordeelen der afzondering, ook bij een weinig talrijk collegie, van het dagelijksch beleid.

De verdere bepalingen ten aanzien van het collegie van Gedeputeerde Staten, thans vervat in het zesde Hoofdstuk van het reglement omtr. de zamenstelling van de Stat. der prov., moesten, volgens de Grondwet, zijn geplaatst in de reglementen, bij art. 150

') Vergel. Raepsaet, 1. c. p. 152.

:) Reglement van Holland art. 75-94; van Gelderland art. 47, 48, Tergel. art. 55 sqq.; Tan Utrecht art. 35; Tan Groningen art. 59 sqq.

3) Zie boTen op Art. 128 bl. 26.