Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 152.

ding1, dat de Grondwet v. 1814 van de inrigting der gemeentebesturen ten platten lande afzonderlijk handelde. Haar art. 81 is ons artikel 152 geworden, met tweederlei verandering, daar men, voor verkregen regt, wettig verkregen regt schreef2, en aan het slot3.

Nadat in vorige jaren de inrigting der gemeenten van sommige provinciën door bijzondere reglementen 4 was vastgesteld, is de wetgeving, daar art. 152 den gang van voorschrijft, uitgekomen op het ééne reglement v. 23 Julij 18255. Hoe werd dit tot stand gebragt? Zijne geschiedenis is zoo min als die der andere provinciale en stedelijke reglementen v. 1824 en 1825 openbaar. Daar het reglement voor allege-

heerlijkheden, districten of dorpen, worden ingerigt op zoodanigen voet, als met de bijzondere omstandigheden van elk derzelve, met de lelangen der ingezetenen en het wettig verkregen regt der belanghebbenden onderling bestaanbaar geoordeeld wordt, alles in overeenstemming met deze grondwet, en volgens nadere reglementen op last der Staten te maken, welke dezelve met hunne consideratien aan de bekrachtiging van den Koning onderwerpen.

') Zie boven op Art. 130-132 bl. 35.

:) Ov. de Her?, y. ons kiesst. p. 118, 119.

3) De Grondwet v. 1814 had: welke dezelve, ingevalle van goedkeuring, aan de bekrachtiging van den Souvereinen Vorst onderwerpen.

*) Reglement van bestuur ten platten lande van de Provincie Utrecht v. 29 Junij 1816 (Bijvoegs. tot het Stbl. 1816, I p. 67 sqq.), van de Provincie Holland v. 9 Octob. 1816 (ibid. p. 191 sqq.), van de Provincie Gelderland, insgelijks v. 1816 (ibid p. 227 sqq.), van de Provincie Noord-Braband v. 8 Mei 1819 (ibid. 1819, p. 460 sqq.)

s) Bijvoegs. tot het Stbl. 1825, p. 87 sqq.

Sluiten