Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 154, 155.

den veranderd. De Staten kunnen de inrigting der

begrooting, of de hoogte der gezamenlijke uitgave, of

sommige posten af keuren, of bedenking hebben tegen de middelen; en het plaatselijk bestuur zal moeten hervormen. Zij zullen over het eerste punt algemeene voorschriften kunnen geven. De begrooting zal niet, dan goedgekeurd door de Staten, uitvoerbaar zijn; en, goedgekeurd, het plaatselijk bestuur verbinden, zoo dat het haar niet mag te buiten gaan !. Van waar deze tusschenkomst der provinciale in den kring der gemeentelijke magt? Uit eene oorzaak, die nog vele andere en gewigtiger uitwerkselen heeft, of kan he ben. Eene oorzaak, die tevens den regel aanwijst, naar welken de Staten over den inhoud der begrooting oordeelen. Zie beneden op Art. 157.

Volgens de reglementen, bepalende de wijze waarop het gezag en de magt door de Staten der prov. wordt uitgeoefend, is de uitspraak over de plaatselijke begrootingen , niet voorbehouden aan de algemeene Vergadering, verbleven aan de Gedeputeerde Staten.

Art. 1552. De Staatsregeling v. 1798 art. 194 liet geen nieuwe plaatselijke belastiug toe, dan bij

') "Vergel. het reglement op het bestuur der steden, art. 76,

op het bestuur ten platten lande, art. 39.

ArU 155. Voor zoo verre tot goedmaking der plaatselijke uitgaven eenige belastingen mogten1 zijn gedragen dezelve besturen zich stiptelyk naar het geen deswege bij de algemeene finantiele wetten, ordonnantiën en bepalingen is vastgesteld.

Alvorens deze belastingen in te voeren, zenden zij de daaromtrent gemaakte ontwerpen, ter goedkeuring aa

Sluiten