Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 160, 161.

den Souverein geoefend, meer wordt toegelaten. In dit opzigt is 't geen de nieuwe begrippen van Staatseenheid zoowel, als der scheiding van publiek- en privaatregt, gebieden, tevens herstel der oorspronkelijke inrigting onzer en aller Germaansche landen, volgens welke het regtsgebied aan de Landsoverheid of hare ambtenaren uitsluitend behoorde.

De Schets van Hogendorp duldde van wege hare art. 44-46 het artikel niet.

Art. 161 1. Toen de Staatsregeling v. 1798 Algem. Begins. art. 281 gebood, dat er een gemeen burgerlijk enstrafregt, daarin begrepen de regtsvordering, zou worden ontworpen en ingevoerd, verklaarde zij eene lange gevoelde behoefte 3. De volgende Staatsregelingen 4 kwamen, hoezeer in beperkter zin, op hetzelfde punt terug. Zelfs bij Hogendorp stond de behoefte aan eenheid van wetgeving op het stuk van burgerlijk, straf- en handelsregt en de manier van

') Art, 161. Er zal worden ingevoerd een algemeen wetboek van burgerlijk regt, van koophandel, van lijfstraffelijk regt, van de zamenstelling der regterlijke magt, en van de manier van procederen.

:) Er zal een Wetboek gemaakt worden, zoo wel van Burgerlijke,, als Lijfstraffelijke Wetten, te gelijk met de wijze van liegts-vordering, op gronden, door de Staatsregeling verzekerd, en algemeen voor de gansche Republiek.

3) Zie Schets eener geschiedenis der provinciaal-burgerlijke wetgeving in de Republiek der Vereenigde Nederlanden, Ned. Jaarb. voor Regtsgel. en Wetg. 1839 n°. 1 p. 35 sqq.

4) Z. Staatsregel, v. 1801 art. 84 coll. art. 81-83 en 85; v. 1805 art. 74 coll. art. 87; herhaald in de Wet v. 7 Aug. 1806 art. 9 en de Constitutie v. 1806 zelve art. 79.

Sluiten