Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 162.

alleen de wet perken aan dat bezit en genot zal kunnen stellen ? Dit ligt in de woorden geenszins. Schoon met betrekking tot vele der aangehaalde koninklijke en andere verordeningen te regt zou worden gevraagd, of de regels, die zij voorschrijven, niet van de wetgevende magt des Rijks moesten ontspringen, of althans niet op een stelligen wettigen grond behoorden te rusten.

Wat beteekent vreedzaaml Waardoor anderen geen onregt geschiedt? Of enkel rustig?

Indien door oorlog of door geweld van een oproerig gemeen de eigendom van ingezetenen schade lijdt, kan daartegen, op grond van art. 162, de waarborg en vergoeding der overheid worden ingeroepen 11

Hoe, wanneer iemand, buiten de gevallen van wettige onteigening, door eene wet van zijn eigendom wordt ontzet? Eene wet krenkt b. v. de regten van de schuldeischers van den Staat. Kunnen zij, die op den grond en voet eener wet zijne schuldeischers werden, uit haar regt vragen tegen eene nieuwe wet, welke die schuld niet erkent of inbreuk doet op de voorwaarden, onder welke zij was aangegaan ? Mogen zij zich beroepen op den eersten volzin van ons artikel , als gebiedende aan de wetgevende magt verkre-

') Het Besluit der S. V. y. 5 Jan. 1815 n°. 22 verklaarde, dat schaden, door de gemeene rampen en onafscheidbare gevolgen van den oorlog aan bijzondere ingezetenen toegebragt, van wege het gouvernement niet zullen worden vergoed. Gehandhaafd bij Besluit v. 5 Dec. 1838 n°. 44 op de vraag van ingezetenen van Noordbraband en Zeeland om vergoeding voor het door inundatien geleden verlies. Yergel. Bijnkersh. Verhand, v. Staatsz. II p. 324 sqq.

Sluiten