Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 162.

aen eigendomsregt, waar de Grondwet niet uitzondering gedoogt, te eerbiedigen? Zoo zij»..kraclj!en art. 163 en 177, regt kunnen vorderen bij den Hooaen Raad, zal deze de formele wettigheid der wet, waartegen men opkomt, voorbijgaan, om de grondwettigheid van den inhoud te beoordeelen.

Inderdaad schijnt de eerste volzin hier slechts geplaatst om den volgenden; zoodat, wanneer deze er alleen stond, de wezenlijke waarborg, dien het artikel schenkt, dezelfde bleef.

Niemand kan van eenig gedeelte derzelven worden ontzet dan ten algemeenen nutte: Wat is a gemeen nut? Enkel dat van den ganschen Staat. Publiek dus in den eersten, hoogsten zin? Of ook dat van een deel, b. v. van eene bijzondere gemeente .

De wet v. 29 Mei 1841 » beantwoordt de vraag niet regtstreeks dan voor sommige gevallen, waarover zij zich niet uitstrekt, opgenoemd in het laatste artikel1. Bij gevolgtrekking kan echter een antwoor

2 Het laatste artikel zegt, dat bij de wet geene verandering W0 dt gemaakt in de bestaande ^bepalingen ten onteigening van verdronken

voaokrnweikeUngbetrekkelijk tot de ontdekking en ontginning van

polders en waterleidingen in de provincie art. <2ö.

Sluiten