Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 162.

waarin ook, sedert de wet v. 7 Julij 1833, Frankrijk zoover de groote publieke werken aangaat», is getreden. Het tweede is de meening, waarin men art. 162 gemeenlijk bij ons verstaat, en bij de wet v. 1841 heeft uitgelegd. Het is ook moeijelijk te ontkennen, dat eene wet in dezen geest, hoezeer de mogelijkheid der andere uitlegging blijft bestaan, kan worden geacht aan art. 162 te voldoen. Vooral omdat het artikel zamenvoegt, als bij de wet te bepalen, de gevallen in welke en de wijze waarop. Het is toch niet waarschijnlijk, dat het artikel de wijze anders, dan bij eene algemeene wet, wil doen regelen.

Welk der beide stelsels verdient echter de voorkeur? Zonder twijfel hetgeen de meeste waarborgen aeeft dat eene verklaring van algemeen nut niet, dan 'waar het wezenlijk bestaat, geschiede. En dat een, na den veelvuldigen en openbaren toets, dien een'ontwerp van wet moet ondergaan, gevestigd oordeel het vermoeden voor zich hebbe boven een koninklijk Besluit, schijnt niet tegen te spreken. Het onderscheid, door de fransche wet gemaakt tusschen groote en kleine werken, verdient geene navolging. Zoo men moest kiezen, men zou liever,omgekeerd, zich voor de eerste vergenoegen met een koninklijk Besluit; en voor de andere eene wet vorderen. Want bii plaatselijke ondernemingen b. v. is het gevaar van geheime kuiperij, of van eenzijdige inlichting, of dat

>ï Voor deze namelijk vordert de aangehaalde wet (Momtcur 1833 n° 191) telkens eene wet. Voor alle kleinere werken, van minder dan 20,000 meters lengte, is eene koninklijke ordonnantie voldoende.

Sluiten