Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 166, 167, 168.

1805 en 1806, zoo als de fransche Charte v. 1814 art. 4, hadden dien herhaald. Daarmede, en tevens met de beginselen van het fransche wetboek van strafvordering, bij ons in zwang, te rade gaande, stelde de commissie v. 1815 ons artikel 166 1 zamen, terwijl zij het andere, de uitzondering, van de Grondwet v. 1814 overnam *.

De vraag, of deze uitzondering, dit wapen uit de tijden van burgerkrijg, te regt is behouden, en ook voor het vervolg eer bij ons, dan in andere lan en, constitutioneel dient te worden bewaard, kan men bij eene herziening niet ontwijken. Kon men niet besluiten het artikel geheel te doen wegvallen, het moest, schijnt't, worden vervangen door een bijvoegsel bij art. 166 van dezen of dergelijken inhoud: In buitengewone omstandigheden kan de wet, voor een bepaalden tijd en onder bepaalde voorwaarden, het regt geven tot in hechtenisneming zonder regterlijk bevel.

Hoe is met art. 166 het militair arrest overeen te brengen? Hoe dat van art. 253 van het Besluit op het hooger onderwijs v. '2 August. 1815?

Art. 168 s. De onschendbaarheid van des ingezeten woning, in al onze vorige Staatsregelingen'ver-

l) Ver gel. de Constitutie van Brunswijk v. 1832 § 202.

-) Vergel. Wetb. v. Strafv. art. 421, 422 sqq.

3) Art. 168. Niemand mag in de woning van eenen ingezeten zijns ondanks treden, dan op last van eene magt, daartoe bij de wet bevoegd verklaard, en volgens de vormen daarbij bepaald. _

<) Staatsregel, y. 1798 Algemeen. Begin. art. 29, v. 1801 art. 6, v. 1805 art. 5, v. 1806 art. 3.

Sluiten