Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 170. 171.

Art. 170'. Dit beginsel, insgelijks gemeen aan al onze Staatsregelingen1, en ook in de Grondwet v. 1814 art. 101 e3 opgenomen, heeft de Grondwet v. 1815, volgens het fransche wetboek van strafvordering art. 163 en 369, meer ontwikkeld. De woorden : en omschreven, met aanhaling van de artikelen der wet waarop de uitspraak is gegrond: zijn van de commissie van 1815 oorspronkelijk.

Voor criminele vonnissen behoort zonder twijfel te worden gelezen, strafvonnissen. Maar het gansche artikel is te bekrompen gesteld, daar het,"vooral in verband met art. 171, medebrengt, dat bij vrijspraak noch aanhaling van artikelen der wet, noch eenige vermelding van gronden noodig is. Art. 20 der wet op het beleid der justitie, en art. 211 en 227 van het wetboek van Strafvord. zijn ruimer. Zie op Art. 172.

Art. 1714 is geheel nieuw. Vreemd, dat de Staatsregeling v. 1798 het niet overnam uit de fransche Constitutie v. 1795 art. 208, dat echter van alle vonnissen sprak 3. Volgens Raepsaet vond het voor-

') Art. 170. In alle criminele vonnissen, ten laste van eenen beschuldigden gewezen, moet de misdaad worden uitgedrukt en omschreven, met aanhaling van de artikelen der wet waarop de uitspraak is gegrond.

■) Staatsregel, v. 1798 art. 262, v. 1801 art. 80, y. 1805 art. 72, y. 1806 art. 68.

3) Bij criminele vonnissen, ten laste van eenen beschuldigden gewezen, moet de misdaad worden uitgedrukt.

J) Art. 171. Alle civiele vonnissen moeten de gronden inhouden, waarop dezelve zijn gewezen.

5) Zoo als ook b. v. de Constitutie v. Begeren v. 1818 Tit. VIII

Sluiten