Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 173, 174.

kiDg eener talrijke vergadering het middel ware om de bekwaamsten in aanmerking te doen nemen. Maar eene beslissende reden voor de instelling van art. 174

kan worden gevonden in het verlangen, om een waarborg te hebben voor de persoonlijke onafhankelijkheid der aanstaande leden. De Kroon, alleen meesteres, zou eenzijdige, administratieve inzigten kunnen volgen, en door de hoop op plaatsing in den Hoogen Raad velen, inzonderheid ook leden of ambtenaren der regterlijke magt, aan zich verbinden Eene bedenking, van wege het regtsgebied, bij art. 175 en 176 aan den Hoogen Raad opgedragen, dubbel gewigtig, en die, al maakte men een nieuwe Grondwet, het behoud van de medewerking der Statengeneraal zou aanraden.

Dezelfde grond geldt allezins ten aanzien van den procureurgeneraal. Dan men verviel in de dwaling, hem afhankelijker van de Kroon of van de overige uitvoerende magt te achten, dan den regter- Vandaar lieten reeds de Staatsregelingen v. 1801 , 1805 en 1806 3 de keus van dien ambtenaar aan het Staatsbewind, aan den Raadpensionaris, aan den Koning, evenwel uit eene nominatie, door het Hof voor te lessen. De Grondwet v. 1814 verwijderde ook deze

a . » rt~ A nu

beperking. Zie op Art. 175. 176.

UBUBlMUg. "iv,

De leden van den Hoogen Raad, zegt art. 17d, worden, zoo veel mogelijk, uit alle de provinciën tornen: zie op Art. 70 I bl. 170 sq. Dit zal dus

genomen: zie op

') Art. 98. ■) Art. 79. 3) Art. 72.

Sluiten