Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 175, 176.

verordend, 't welk slechts in de gevallen, door de wet bepaald, aanwezen kreeg. Onder de Staatsregelingen v. 1801», 18051 en 18063 werd dat bijzonder regtsgebied uitgestrekt over alle misdrijven, door de leden van het Wetgevend Ligchaam en alle hooge ambtenaren van den Staat, niet alleen in, maar ook gedurende hunne publieke betrekking begaan. Het werd, aldus uitgebreid, met andere takken, opgedragen aan het vast Nationaal Geregtshof. Hogendorp trad in hetzelfde spoor. Zijne Schets art. 5, 6, 27 , 57 stelde de leden van de Statengeneraal, de Staatsraden, de hoofden van de departementen, de hooge ambtenaren in de finantien, doch slechts »in »hunne ambtsverrigtingen," alleen aansprakelijk voor den Hoogen Raad. De Grondwet v. 1814 art. 104, 105 herstelde de vorige uitbreiding over de »com»mune delicten" der personen , door haar aangewezen, derzelfde die ons artikel 175 aanwijst. Zij gaf tevens, volgende hierin Hogendorps Schets art. 48, het vermogen aan de wet, om bij die personen nog andere ambtenaren of leden van andere hooge collegien te voegen. De wet v. 28 April 1835 art. 92 n°. 2 heeft die vervolgens genoemd, terwijl zij tevens het hier toepasselijk begrip van misdrijf beperkte.

De Schets van Hogendorp art. 5, 6, 27 liet teregtstelling van de leden der Statengeneraal, van die van den Raad van State en van de hoofden der departementen »in hunne ambtsverrigtingen" toe />op

') Art. 91.

2) Art. 80.

3) Art. 73.

Sluiten