is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanteekening op de grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 475, 176.

ambtsmisdrijven al te ijverig zij ? Gewis behoort zulk geding niet ligtvaardig te worden aangevangen. Is er echter eenige reden om dit, hetzij van den procureurgeneraal, hetzij van den Hoogen Raad, te duchten? Doch aangenomen, de ministers hebben de bescherming der Statengeneraal tegen de regterlijke magt noodig, en er moet worden gewaakt, dat de procureurgeneraal niet door eene allezins ongeradene vermenigvuldiging van ministeriële strafgedingen het land of de publieke zaak telkens beroere; is dan de tegengestelde zorg, dat hij de Grondwet tegen krenking der hoofden van het algemeen bestuur onverdedigd late, niet althans even zeer geregtvaardigd? Zoo het bedenkelijk is, het oordeel der regterlijke overheid geheel meester te laten in het eene geval, waarom niet in het andere? Het gevaar, dat zij te veel doe, eischt waarborg; en het gevaar, dat zij te weinig doe, niet? Aan welke zijde echter is de verzoeking groo-

ter, en staat er meer op 't spel .'

De ware reden, om het betrekken in regten niet dan op verlof der Statengeneraal te gedoogen, moet welligt hooger worden gezocht. Volgens de bepaling van art. 75 kan de geheele Grondwet en wetgeving, zoo ver de ministers voor hare uitvoering aansprakelijk zijn, ten hunnen aanzien de werking eener strafwet verkrijgen. Onder de eindelooze verscheidenheid van gevallen dezer aansprakelijkheid kan dikwert twijfel rijzen, of eene vervolging politisch geraden, of zij billijk, of er regtens voldoende grond voor zij. De laatste onzekerheid kan zoowel uit de wet en hare verschillende opvatting, als uit de omstandigheden van het feit, of ten aanzien van de schuld van^den per-