Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 175, 476.

De commissarissen des Konings in de provinciën begreep de Grondwet v. 1814 onder den regel, dien ons art. 175 overnam, welligt bij navolging van art. 26 der wet v. 13 April 1807.

Misdrijven in het uitoefenen van derzelver functien begaan: dat is niet eene zeer duidelijke uitdrukking. Heeft het lid der Statengeneraal, die, sprekende in de Kamer, geacht wordt een minister, of de gouverneur, die, voorzittende in de provinciale Staten, beschuldigd wordt een lid der vergadering te hebben gelasterd, misdreven in het uitoefenen zijner functien ? Wetgeving over de delicta propria of ambtsmisdrijven van leden der Statengeneraal is nog een woest veld.

Worden zij nimmer in regten betrokken: nimmer, heet dat, ook na atloop hunner functien niet? Waarschijnlijk is dit de meening, maar zij is niet boven twijfel verheven. Zij, dat is, de leden van de Statengeneraal, en de ambtenaren in den voorgaanden volzin genoemd. Maar deze hebben, na afloop hunner dienst, opgehouden, leden van de Statengeneraal of die ambtenaren te zijn. Waarom , zoo men dit heeft bedoeld, in stede van zij niet gezegd die personen? Of aldus: worden die personen, ook na het einde hunner functien, niet in regten betrokken? De fransche vertaling bragt het woordje nimmer niet over.

Art. 177x. Art. 106 der Grondwet v. 1814, waar-

') Art. 177. De Hooge Raad oordeelt over alle actiën, waarin de Koning, de leden van het koninklijk huis,

Sluiten