Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 180.

tementale besturen geschieden. Eerst het algemeen reglement voor de departementale besturen v. 1805 1 droeg de aanstelling op aan de algemeene uitvoerende magt of den raadpensionaris, onder medewerking evenwel van het departementale bestuur en van het hof zelf. Zetteden die Staatsregelingen in zooverre de oude Republiek, met wijziging, voort? Neen. Zij werden geleid door het begrip, dat de burgerij zich, ook in het regterlijke, zelve moest regeren door ambtenaren van eigen keus. Het regtspreken en de keuze der regters werd daarom niet eene departementaal-burgerlijke, het was, hoezeer gepleegd binnen en voor het departement, eene staatsburgerlijke verrigting.

De Schets van Hogendorp echter ontleende het stelsel van benoeming van de Republiek, waar de Staten een drietal aan den Stadhouder voordroegen, ten einde hij er uit koos. Hogendorp ontwaarde niet, dat hij oude vormen, die in hun tijd een goeden grond hadden, zonder dien grond en op een zeer verschillend wezen overdroeg. Intusschen bleef zijne Schets zich gelijk. Maar de Grondwet v. 1814% terwijl zij zich, althans wat de benoeming van de leden der

') Art. 23; vergel. art. 14, 52, 53.

-) Art. 109. Er zal zijn in elke Provincie of Landschap een Geregtsliof, ten ware bij de wet een Hof over meer dan eene Provincie of Landschap mogt worden gesteld. Van eene voorgevallene vacature wordt door het Hof kennis gegeven aan de Provinciale Staten, die, ter vervulling van dezelve, eene nominatie van drie personen aan den Souvereinen Vorst aanbieden, ten einde daaruit eene keuze te doen.

De Souvereine Vorst heeft de directe aanstelling van den Procureur-Generaal bij de gemelde Hoven.

13*

Sluiten