Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 184, 185.

alinea weg, en het zal onmogelijk zijn, de regterlijke ambtenaren binnen hun wettigen diensttijd uit hunne betrekking te verwijderen. Of het moest van zelfs spreken, dat ontslag op eigen verzoek en bij regterlijk vonnis toegelaten is. Dan ware de laatste alinea nutteloos.

Welke kracht heeft, of liever, hoe werkt het volstrekt algemeene voorschrift ten aanzien van de leden der krijgs- en schuttersraden?

Art. 185 '. Het zelfde voorschrift, hoewel in beperkter omvang, gaf reeds de Staatsregeling v. 1801 art. 882, en die v. 1805 art. 773 en de wet v. 7 August. 1806 art. II4 herhaalden het. Bij Besluit v. 4 Jan. 18145 had de Souvereine Vorst de judicature in zaken , rakende de middelen te water en te lande, in eersten aanleg opgedragen aan de commissarissengeneraal en raden in de departementen, en voorts aan een algemeen collegie, onder de benaming van Hoog

') Art. 185. De wet regelt de judicature wegens verschillen en overtredingen op het stuk van alle belastingen zonder onderscheid.

-) De Wet bepaalt de Judicature in cas can fraude of contraventie der gemeene middelen en belastingen.

3) Yergel. de voordragt van den Raadpensionaris aan het Wetgevend Ligchaam v. 28 Mei 1805 houdende Instructie voor den Raad van Judicature voor de middelen te water en te lande, Staatsbesl. der Bat. Republ. Mei 1805, n°. ^ p. 31 sqq.; Resolutie v. H. H. M. v. 10 Julij 1805 n°. 11, Staatsbesl. Jul. 1805 p. 158.

4) Yergel. het Decreet v. 17 Julij 1806, Verzam. v. Wett. I p. 90, 91.

5) Stbl. n°. 4. Vergel. Besluit v. 23 Dec. 1813 art. 12(Stbl. n°. 15); y. 6 Sept. 1814 (Jaarb. v. Stuart 1814 p. 240). v. 16 Nov. 1814 (Stbl. n°. 105), wet v. 11 Nov. 1815 (Stbl. n°. 53).

Sluiten