Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 186, 187.

De verdere regeling der militaire regtspleging verlangden alle Staatsregelingen van de wet. De eisch spreekt in onze artikelen 161 en 164 zóó duidelijk, dat wij daartoe art. 168 niet behoeven. Zulk eene wet was eerst het strafwetboek voor de militie, vastgesteld op d. 26 Julij 1799, dat, later door de fransche wetten vervangen, bij voorraad, wat de qualificatie van misdaden en de strafbepalingen aangaat, zijne kracht herkreeg door het Besluit van den Souvereinen Vorst v. 30 Dec. 1813 1. Daarop zijn gevolgd de twee wetten v. 20 Julij 1814J en 15 Maart 18153, arresterende te zamen zeven onderscheidene wetboeken.

Art. 1874. Het gemeene beginsel aller vorige Grondwetten 5.

Er schijnt geen grond hoegenaamd om ten aanzien der onderwerpen van art. 179, 180, 181, 182, 183, 186 en 187 den gewonen wetgever te binden; zoodat al deze artikelen, bij eene vernieuwing, uit de Grondwet konden blijven.

mnilitaires seuls sont du ressort des tribunaux militaires;" en art. 55: »Tous les autres délits, même commis par des mili«taires, sont de la compétence des tribunaux civils.''

') Stbl. n°. 19.

Stbl. n°. 85.

3) Stbl. no. 26.

4) Art. 187. Het krijgsvolk te water en te lande is, met be¬

trekking tot alle civiele zaken, aan den burgerlijken regter onderworpen.

s) Staatsregel, v. 1798 art. 298; v. 1801 art. 86; v. 1805 art. 74; v. 1806 art. 70; y. 1814 art. 116.

Sluiten