is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanteekening op de grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 191.

andere grenzen, dan de toelating, welke ieder zedelijk ligchaam behoeft. Dit zegt ons artikel. De overheid heeft slechts met de burgerlijke vereeniging en hare burgerlijke werking te doen. Hetgeen de fransche regering bij het Concordaat 1 art. 1 : »la »religion catholique. apostolique et romaine, sera »librement exercée —; sou culte sera public, en se »conformant aux régiemens de police que le Gouvernement jugera nécessaires pour la tranquillité pu»blique:" aan eene bepaalde kerk, en sommige Constitutien 3 slechts aan eenige toestaan, moet onze Staatsmagt, volgens art. 191, aan alle kerkgenootschappen gunnen, wier instelling zij niet storend acht voor de openbare orde of veiligheid. Geene politie over de belijdenis van geloof of godsdienstige begrippen op haar zelve. Maar de leer van een kerkgenootschap, zoo verre zij aan de leden ten aanzien van burgerlijke betrekkingen pligten voorschrijft, mag niet vreemd blijven aan het onderzoek der overheid. Zoude zij b. v. een godsdienstig ligchaam, dat veelwijverij gebood, kunnen gedoogen? Zullen de grenzen tusschen 't geen moet worden toegelaten of geweigerd niet overal zoo duidelijk zijn, als in dit voorbeeld, het deert den regel niet, die gewis eene even beraden, als onbekrompen, boven eigen meening aangaande waarheid verheven, zuiver regtvaardigen geest van toepassing eischt. De vormen, bij die toepassing in acht te nemen, moest de wet teekenen; en alzoo de, in meer dan één opzigt voor verbetering vatbare,

l) Convention du 26 Messidor an IX, Bullet. d. L. 1. c.

") Zoo als die van Wurtemberg v. 1819 § 70.