Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 195.

wet zijn bekrachtigd ? Volgens art. 195 zonder twijfel. Maar het onjuiste opstel van art. 57 stoort eene zekerheid , die boven bedenking moest zijn. Zie op Art. 57 1 bl. 123, 124. Bij verdrag moet de Kroon het Rijk volkenregtelijk kunnen verbinden; doch het opleggen eener staatsregtelijke verbindtenis, zonder wet, ligt, uit den aard der zaak, buiten den kring dier bevoegdheid. De fransche Charte art. 13 geeft den Koning het onbeperkte regt om verdragen te maken. Intusschen heeft men er niet geaarzeld, overeenkomsten, die belasting inhielden, op grond van art. 40 der Charte aan de goedkeuring der wetgevende magt te onderwerpen.

Hoe maakt men het met de belastingen in de overzeesche bezittingen? Worden die niet ten behoeve van 's Lands kas geheven? Zie op Art. 59 bl. 140. Art. 195 stelt slechts ééne Landskas; de derde alinea van art. 59 eene meerderheid; daar zij de kas van het moederland onderscheidt van die der koloniën. Men zal dus ook in ons artikel het begrip van Lands kas, contra rationem juris, moeten beperken.

Omvat de regel niet het porto van brieven, wegbrug- sluisgelden en dergelijke1, de regten voorverheffing in den adelstand even zeer, als die voor jagtacten2 en octrooijen van uitvinding3, zoo zij tevens, 't welk uit eene zuivere opbrengst blijkt, belasting

') Tot hiertoe geregeld door koninklijke Besluiten; zie b. v. dat v. 29 Octob. 1833 (Stbl. n°. 59), regelende de tollen op 'b Rijks groote wegen.

2) Geheven volgens het tarief der wet y. 11 Julij 1814 (Stbl. n°. 79) art. 52.

3) Bepaald, zoover het maximum en minimum aangaat, bij art. 3 der wet v. 25 Jan. 1817, Stbl. n°. 6.

Sluiten