Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 198, 199.

te zijn in de onze. Doch de commissie v. 1815 voegde er bij, dat ook de waarde bij de wet moest worden geregeld. Is dat gebod niet enkel op nieuw geslagene, maar ook op oude en vreemde munt, zoo prijsregeling noodig mogt zijn, toepasselijk? Mag ook de uitgifte van papiergeld niet dan volgens de wet geschieden? Par est ratio.

Door de wet: voor de koloniën tot dus ver enkel door gouvernementsbesluiten 1. Dezelfde redenen, om welke, volgens dit artikel, het muntstelsel hier te lande door de wet moet worden geregeld, gelden ten aanzien van het muntstelsel in de koloniën.

Art. 199l. Eene instelling, door de Grondwet v. 1814 art. 119 in het leven teruggeroepen, en bij die v. 1815 onveranderd behouden, behalve dat men in de tweede alinea voor Staten Generaal schreef

i\ gie b. v. de Besluiten in naam des Konings uitgevaardigd door den commissarisgeneraal v. 18 Febr. 1826 (Bijv. tot het Stbl 1826 III p. 12 sqq.), en den gouverneurgeneraal in JNov. 1839, Arnh. Cour. v. 26 Maart 1840; vergel. Handelsbl. v. 21 Nov. 1840. Verward muntstelsel in de West blykens de circulaire van den gouverneurgeneraal v. 1 August. 1840,

Handelsbl. v. 26 Oct. 1840.

■) Art. 199. Het toezigt tn de zorg over de zaken van ae munt, met den aankleve van dien, en de beslissing der kwestien over het allooi, essai en wat dies meer ts, wordt opgedragen aan een kollegie, onder den titel van raden en generaal-meesters van de munt, achtervolgens zoodanige instructien als bij de wet zullen

worden vastgesteld.

Bij vacture zendt de Tweede Kamer van de Stat eng eneraal eene nominatie van drie personen aan den Koning , welke daaruit de verkiezing doet.

Sluiten