Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 199, 200.

Tweede Kamer der Statengeneraal •. Zie op Art. 61 I bi. 152, 153, en boven oy Art. 173. 174 bl. 171.

Art. 200'. Aan de rekenkamer werd door ieder onzer vorige Staatsregelingen3 met bijzondere zorg gehecht. Men gevoelde de noodzaak om het onderzoek van de juistheid der ontvangsten en uitgaven van het ontvangen en uitgeven zelf te scheiden; de onmisbaarheid van een streng, onafhankelijk regter schap over de cijfers der tinantiebeheering, dat alle bijzondere posten toetste aan hunne wettige gronden en regels.

De Grondwet v. 1814 art. 120 heeft ons artikel getrokken uit de Staatsregeling, die zij bij voorkeur raadpleegde, die v. 1801 art. 46. Intusschen is de bepaling, dat de leden zooveel mogelijk uit alle provinciën moeten worden genomen, haar eigen. De benoeming der leden, eigenlijk eene be-

l) Zie de wet v. 19 Mei 1819, Stbl. n°. 31.

!) Art. 200. Er zal eene Algemeene Rekenkamer zijn, ten einde jaarlijks de rekeningen van ontvangst en uitgaven der verschillende Departementen van Algemeen Bestuur op te nemen en te liquideren, mitsgaders behoorlijke rekening en verantwoording te vorderen van alle bijzondere landscomptabelen en anderen, alles achtervolgens zoodanige instructien, als bij de wet zullen worden vastgesteld.

Be leden dezer Hekenkamer, welker bezoldiging door de wet geregeld wordt, worden zoo veel mogelijk uit alle de provinciën genomen en voor hun leven aangesteld.

Bij vacature zendt de Tweede Kamer der Staten-Generaai eene. nominatie van drie personen aan den Koning , welke daaruit de verkiezing doet.

3) Staatsregel, v. 1798 art. 226 sqq., v. 1801 art. 46, v.

1805 art. 61, v. 1806 art. 45.

Sluiten