Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 204, '205, 206, 207.

Dat zulke regels voor den dienstpligtigen leeftijd eene uitzondering lijden in oorlog, is onvermijdelijk. Oorlog legt aan het geheele geslacht , dat hem ondervindt, ongewone ofTers op. Al wilde men hen, die hun tijd hebben uitgediend, in eene reserve plaatsen, het zou hun niet baten. Want ook dereserve roet dienen. Het eenige, dat men, om het regt met het gebod <" ier harde noodzaak te verzoenen, kan doen, is, dat men de uitzondering regele door jaarlijksche wetten. Maar zelfs dit te bevelen, bleef de Grondwet in gebreke.

Misschien houdt men de twee volgende artikelen, in plaats van art. 204 en 205, voor verbetering:

De nationale militie wordt, zooveel mogelijk , zaamgesteld uit vrijwilligers.

Bij gebrek van genoegzame vrijwilligers wordt de militie voltallig gemaakt bij loting uit de ingezetenen, die op den eersten JanuSrij van elk jaar in hun twintigste jaar zijn *. Zij. die aldus in de militie zijn ingelijfd, worden, in vredestijd, na vijfjarige dienst ontslagen.

Is de Staat in oorlog, zoo kan eene wet, jaarlijks te vernieuwen, hen tot langere dienst verpligten.

Art. 206. 207®. Art. 124 der Grondwet v. 1814. In Engeland wordt de militie desgelijks elk jaar op-

') In Frankrijk moet men, naar de wet v. 21 Maart 1832 art. 5, het twintigste jaar hebben volbragt.

2) Art. 206. De militie komt in gewone tijden jaarlijks eenmaal te zamen, om gedurende eene maand of daaromtrent in den wapenhandel te worden geoefend: blijvende het nogtans aan den Koning voorbehouden, om,

I

Sluiten