Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 206, 207.

Dreigend, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden, daar art. 207 in den aanhef van spreekt, zijn nog geen dadelijke oorlog. Is er eene reden te verzinnen, waarom de Grondwet, zoo zij dien regtstreeks had bedoeld, het woord zelf niet zou hebben gebruikt? Doch gesteld, dreigend oorlogsgevaar wil hier zeggen wat het niet zegt, hoewel het wierd gezegd in de fransche vertaling, namelijk oorlog, zoo heeft evenwel het eerste gedeelte althans van het artikel niets te doen met het al of niet ontslaan van het vijfde, daar art. 204 van handelt. Art. 207 is de wedergade niet van art. 204, maar van art. 206. In 't geval van art. 206 kan de Koning een vierde, in dat van art. 207 ook de overige drie vierde bijeenroepen of doen zamenblijven. Men verbreekt dit blijkbare verband van art. 207 met art. 206, zoo men er met art. 204 tusschen in komt. Doen zamenblijven beteekent hier hetzelfde, als op het eind van art. 206. Het staat niet over tegen ontslag, maar tegen zending naar huis met verlof. Het zegt niet, dat men hen, die in vredestijd moeten worden ontslagen, niet behoeft te ontslaan; maar dat men hen, die in gewone tijden niet zamenblijven, bijeen kan houden.

Indien de Statengeneraal niet vergaderd zijn: d. i., gelijk in art. 67, indien de zitting volgens art. 401 is gesloten. Deze zin wordt, ook voor het eerstgenoemde artikel, boven allen twijfel verheven door het bevel tot eene buitengewone bijeenroeping. Vergelijk art 99 laatste alinea. Zijn de Kamers, hoezeer niet gesloten, op 't oogenblik niet bijeen, de voorzitters zullen dan de vergadering moeten beschrijven.

Sluiten