Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 212.

'tgeen de Grondwet te veel zegt, niet van zeer wezenlijke grondwettige bepalingen. Maar het toen geopperde denkbeeld, om het beginsel eener verpligte zeedienst in de Grondwet op te nemen, verdient allezins behartiging.

Ten opzigte van het Hertogdom Limburg, zooverre dit in betrekking is met het duitsche Verbond, lijden art. 204-207, gelijk art. 209 en 212, ja art. 581 en 186', uitzondering op grond van art. 1. De wetgeving van het Verbond bepaalt de sterkte, den aard en de verrigting van het te leveren contingent, dat in tijd van vrede moet worden geformeerd, en steeds gereed zijn3. Er zal dus een afzonderlijk limburgsch corps beschikbaar moeten staan, en het Hertogdom, buiten de vestingen Maastricht en Venlo met hare kringen, moeten worden ontslagen van zijne krijgsverpligting jegens het Rijk, zooveel die met de kiijgsverpligting jegens het duitsche Verbond in strijd komt, of het dragen van beide verbindtenissen te zamen aan het Hertogdom te zwaar mogt vallen.

') Z. Klüber, öffentl. R. d. D. B. § 202 sqq. p. 244 sqq.

2) Ibid. 8 207 p. 252 sq.

3) L. c. § 196 p. 235 sq. § 198 p. 237 sq. § 199 sqq. p. 239 sqq.

II Deel.

18

Sluiten