Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 220.

Onder de laatst goedgekeurde reglementen verstaat het artikel denkelijk die reglementen der genoemde instellingen, welke of nog onder de Republiek, of onder de Staatsregelingen v. 1801 en 1805 volgens de verordeningen voor de departementale Besturen v. 1801 en 1805, door de provinciale of departementale overheid laatstelijk waren goedgekeurd1. De stelling behoort eigenlijk niet in de Grondwet zelve, maar in een additioneel artikel.

Is het in eenig geval twijfelachtig, welke die laatst goedgekeurde reglementen zijn, de Staten beslissen2.

Natuurlijk kunnen die bijzondere reglementen slechts in zooverre werken, als zij met de wetten of andere algemeene verordeningen, b. v. die v. 1805, 1810en 1811, krachtens het 2' additioneel artikel in stand gehouden, niet in tegenspraak zijn.

De bestaande inrigtingen, op dien voet gevestigd3, kunnen door de wetgevende magt der provincie worden veranderd, ieder in 't bijzonder en alle gezamenlijk *.

') Aldaar, p. 35, 36.

•) L. c. p. 36, 37.

3) Ibid. p. 34.

<) L. c. p. 30 sqq. Voorbeelden van algemeen provinciale wetgeving zijn het Reglement op het beheer der dijken, polders en waterleidingen in Overijssel v. 1835 (Bijv. tot het Stbl. 1835 p. 615 sqq.) en 1839 (1. c. 1839 p. 79 sqq.); het Reglement op het beheer der rivierpolders van Gelderland v. 1837 (ibid. 1837 p. 566 sqq.); en het Reglement van administratie der polders in Zeeland v. 1841 (1. c. 1841 p. 60 sqq.); van bijzondere , ten aanzien eener of andere instelling, de ordonnantie voor het Termunter Zijlvest v. 6 Jan. 1822, en het Reglement voor het Tien Kerspelen Zijlvest v. dezelfde dagteekening, beide van de Gedeputeerde Staten van Groningen (Verzam. v. Gron. Regl. I p. 147 sqq.)

Sluiten