Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art 225.

hoogst eenvoudige, algemeen erkende waarheid. Ieder schrijft, drukt, geeft uit, verspreidt wat hij wil, doch onder zijne verantwoordelijkheid. In de plaats van voorafgaand verlof, of de censuur, ingesteld bij keizerlijk decreet v. 5 Febr. 1810, kwam elks aansprakelijkheid voor zijne daad. Eene aansprakelijkheid, die, of welker werking, door den burgerlijken en strafwetgever wordt bepaald.

Het artikel geeft eene optelling der voorname deelhebbers aan het feit, dat beleedigde. Het kon die optelling hebben weggelaten. De vestiging der voorwaarden, onder welke zij beleedigers zijn, blijft toch aan de wet. Ook had men naauwkeuriger gezegd : »voor zooverre hij dezer regten mogt hebben beleedigd." Dan wie zal er dit niet bij verstaan ?

Het ware eene zonderlinge miskenning der Grondwet, zoo de strafwetgever in haar het gebod las, de opgetelde personen ieder in alle gevallen van gepleegd misdrijf voor schuldig te houden. Maar hij miskende de eischen eener wel doordachte wetgeving even zeer, wanneer hij, zelfs de mogelijkheid van schuld loochenende, een hunner in alle gevallen boven verantwoording plaatste.

Mag men aan deze begrippen art. 4 van het Besluit v. 24 Jan. 1814 1, de wet v. 28 Sept. 1816 art. 2 2,

') «Indien de schrijver niet bekend is, of aangewezen kan »worden, is de drukker alleen aansprakelijk."

-) Stbl. n°. 51: "Dezelfde straffen zullen toepasselijk zijn •op de drukkers, uitgevers, uitventers en boekverkoopers, die »de vermelde geschriften zullen hebben gedrukt of in het licht «gegeven, of doen in het licht geven, voor zooverre zij den "Schrijver niet zullen aanwijzen."

Sluiten