Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 225.

en het arrest van den Hoogen Raad v. 16 Febr. 1841 toetsen, het oordeel zal niet gunstig zijn. Alle hebben, om slechts één punt te noemen, de mogelijkheid over 't hoofd gezien, dat de uitgever hoofddader, de schrijver niet meer dan medepligtig5, ja onschuldig zij. De Hooge Raad inzonderheid, aannemende, dat art. 225 der Grondwet moet worden verklaard uit art! 2 der wet v. 28 Sept. 1816 schijnt van de regels eener gezonde uitlegging in tweederlei opzigt te zijn afgeweken:

1°. niet lettende op het geheel bijzondere ondeiwerp en karakter dier wet, diegeenegevolgtrekking ten aanzien der algemeene strafregtelijke beginselen

van den wetgever toelaten:

2°. aan de Grondwet eene, met de theoretische waarheid strijdige, bedoeling toeschrijvende, waarvan noch in de letter, noch in den zamenhang eenig blijk

hoegenaamd is.

Het artikel scheen tegen misverstand veiliger, en met den aard eenerGrondwetovereenkomstiger, dusgesteld: Niemand heeft voorafgaand verlof noodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren. De verantwoordelijkheid voor een beleedigend gebruik dezer vrijheid wordt bij de wet geregeld.

i) in de zaak van den Tolk der vrijheid, Weekbl. van het

^fVereel.^art. 8 der fransche wet v. 18 Julij 1828: »Les «signataires de chaque feuille ou livraison seront responsables „de son contenu et passibles de toutes les peines portées par

„la loi a raison de la publication des articles on passages in-

.criminés, sans préjudice de la poursuite contre 1 auteur ou

• les auteurs desdits articles ou passages, comme complices.

Sluiten