Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 230.

art. 144 maakte er de uitzondering op, dat zij tot het besluit eene meerderheid van twee derde der tegenwoordige leden vorderde. De Staatsregeling v. 17981 gebood, juist omgekeerd, dat het voorstel deiEerste Kamer tot verklaring der noodzakelijkheid van herziening door de Tweede Kamer niet, dan met eene meerderheid van twee derde van het volle getal der leden, kon worden verworpen. Twee derde veranderde onze Grondwet in drie vierde; en zij voegde eene andere uitzondering van den regel, aan het slot van het artikel vermeld, daarbij, die welke in de eerste alinea wordt geboden.

Er moeten dus, zal er een besluit kunnen worden genomen, 78 in de dubbele Vergadering tegenwoordig zijn; en het besluit kan met niet minder dan 59 stemmen, ééne meer dan het volle aantal der gewone leden, worden genomen. Het is mogelijk, dat de Grondwet, om deze uitkomst te verkrijgen, de aanwezigheid van twee derde, en eene meerderheid van drie vierde heeft geeischt.

Of is de Tweede Kamer, in de eerste alinea genoemd , de gewone Kamer? De reden der twijfeling ligt in de woorden: mag over geene voorstellen tot verandering of bijvoeging in de Grondwet eenig besluit nemen. Voorstel tot verandering of bijvoeging in de Grondwet: zoo kan ook worden genoemd, 't geen de wet, daar art. 227 en 228 van spreken, heeft moeten voorafgaan.

Men zal echter aan den twijfel denkelijk niet meer

') Regiem. Lett. E. art. 27 o.

Sluiten