Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 23*2.

van art. 68 der Schets en art. 1451 der Grondwet v. 1814, als men eene bijzondere, plegtige afkondiging voorschreef®.

Is voegen zoo te verstaan, dat de veranderingen of bijvoegingen als aanhangsel achter, niet in de Grondwet op hare plaats mogen worden gevoegd, met weglating der vervangen deelen? De laatste, alléén juiste, vorm schijnt door de uitdrukking zelve geboden. Het bevel toch tot voeging bij de algemeene Grondwet heeft anders geen zin. Als aanhangsel op zich zelve blijvende wierden de veranderingen niet gevoegd, of met de Grondwet verbonden. De fransche vertaling zeide ook niet ajoutés; zij zegt joints.

De Grondwet v. 1815 ontsprong uit eene herziening, waarvan de regels door de vorige Grondwet ingesteld, hoofdzakelijk overeenkomen met ons tegenwoordig systeem. Hoe herzag men?

Na de eerste afkondiging van noodige wijzigingen door den Koning, op den dag zeiven der aanvaarding van het koningschap, in de Stateugeneraal gedaan3, volgt, eene week later, de wet v. 23 Maart 1815. Daarin wordt gezegd, dat het, uit hoofde deroprigting van het koningrijk, noodig is, de woorden Souvereine Vorst en Erfprins te veranderen, en de optelling der provinciën aan te vullen; «behalve al

') De veranderingen of bijvoegselen in de grondwet worden op dezelfde wijze afgekondigd als de gewone wetten, en plegtiglijk bij de algemeene grondwet gevoegd.

■) Zie de koninklijke Publicatie v. 4 Sept. 1840, Stbl.

n°. 47.

') Stc. 1815, 18 Maart n°. 66.

Sluiten