Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Dat bennen andere hoofden... dat bennen groote mannen... daar hebben wij nooit in onzen tijd van geweten.. aleer jaren als ik horretjes verkocht en ik heb gezien een ander die aan dezelfde deur met spionnetjes aanschelde ismijn hart stilgestaan in mijn lijf, van vrees voor de concurrentie ... En tegenwoordig krijgt men een concurrent, vlak aan de overzij en men lacht er mee . . . Hoor, wat een oud man tegen je zegt... dat bénnen groote mannen, die dat kennen . . • daar zit moderniteit in . . . Is Eduard boven ?»

«Ja vader ... hij studeert.. .»

«Zijn grootmoeder heeft gevraagd of hij vanmiddag komt eten ... Zij heeft rijstebrij gekookt...»

«Daar komt-ie aan ...»

.Neen, dat is Samuel...»

«Mager, lief jodenjongetje, donkerbruine oogen, lange, fijne wimpers kwam, 't rechterhandje omhoog klemmend om de

leuning, glijdend langs de trap.

«Dag grootpa . . . hier is de courant...»

«Dankje Sampie. dank je Sampie...» ■ ■ „ A

David hield nog altijd het dagblad uit de provincies ad _ Hij las 't nog wel eens graag door, maar t meest toch bleef hij 't houden voor grootvader, die aan den letter en de in-

deeling gewend was en aan géén andere krant meer kon wennen .

Het dagblad lag tusschen het Handelsblad en de Nieuwe Rotterdammer op de huiskamer. Zoodra Samuel, vijf jaar oud hoorde dat o-rootvader gekomen was, snelde hij naar t hoopje kranten en wist precies^ het provinciale blad er tusschen uit te halen. David, die 't bemerkt had. legde opzettelijk het Provinciale^ bijvoegsel tusschen het Handelsbladen tHandelsblad-bijvoegsel in de Provinciale. Maar kleine Samuel wist, hoewel hij nog niet lezen kon, toch hoofdblad en bijvoegsel van de 1 rovinciale bij elkaar te zoeken en bracht ze zoo aan grootvader.

«Dankje Sampie, dankje!»

't Grootvadertje nam blijde de courant aan. n

«Wat zeg je van zoo'n wonder... Hij heeft ze bij elkaar

gezocht...»

«Waarachtig?» , , . ,

«Zal ik sterven als 't niet waar is... Is het niet Hoevelman.»

Sluiten