is toegevoegd aan uw favorieten.

Kalverstraat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Nou 'k zou maar met 'm oppassen, 't Lijkt me toch al zoo'n rare.» •

Het zaakje van Vlissingen kreeg nu langzamerhand een andere klandizie. Het huisje met de marmeren pui werd in de stad bekend. Mantua kwam elke week om de uitstalling te veranderen, Treesje onderrichtend, haar wijzend op het mooie van aardewerk en porselein, van pul en amfoor en krater. Zij voelde met hem mede, begréép en er werden kostbare stukken ingekocht en verkocht. Zoo was Vlissingen zachtjes aan, aan 't rijk worden. Hij had weinig kosten, geen personeel, geen hooge gasrekening, geen kwade betalers en het gebeurde al. dat groote winkeliers uit de Kalverstraat eens bij hem inliepen om een praatje te maken en hij óók al bij hen in de winkels kwam en bijna op voet van gelijke werd behandeld. Het best ontvangen werd hij bij de groote Joodsche winkeliers, hoewel hij doleerend was en zijn vrouw met instinctmatige lodenhaat bezield, wat de Joden noemen een «resjaamte.» De groote Christen-winkeliers bleven in hem den ex-pannekó zien, groetten hem nog lang van uit de hoogte. David de Leeuw was de éérste groote winkelier uit de Kalverstraat geweest, die het kleine pottenkramertje uit de steeg had erkend.

Mantua, die dikwijls bij de Leeuw in den winkel kwam, had daar gesproken over Treesje Vlissingen, verteld van haar begaving, haar kunstzin, haar verstand. David de Leeuw was nieuwsgierig geworden. Wat, Pannekó zou kinderen hebben die begaafder waren dan zijn kinderen, dan de kinderen van David de Leeuw? Onmogelijk. Er waren in de buurt geen knappere kinderen dan de zijne. Daar had je Molly, zijn oudste dochter, nu achttien jaar. Deed zij niet alleen de hééle huishouding? En muzikaal! Ze speelde op de piano alles van 't eerste gezicht. Als ze in het Panopticum éénmaal een Weener wals had hooren spelen, speelde ze hem thuis op de piano uit het hoofd na. En dan had je Everdine. Molly was een zware, groote, volbloedige meid, stevig en gezond. Everdine was blonder, fijner, teerder. Ze werd voor een Christin gehouden en ze had in haar doen en laten écht-christelijke eigenschappen, «begijnde christen eigenschappen,» zei de Leeuw. Ze was ordelijk, geduldig, werkzaam, zette door wat ze eenmaal had aangevangen, ze was