Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle éénen in vieren en vijfen had veranderd. En met dit rapport, met dit valsche stuk, pochtte hij bij Elie Bezembinder, den rijken loodgieter, die ook een zoon op 't gymnasium had, ook een «gammer» en bij zijn concurrent bij het Spui, Harry Hirschfeld, die voor een gezin van ziekelijke kinderen tobde. Want hij kon het niet zetten, dat de oudste zoon van hem, üavid de Leeuw, niet zou worden dokter of advocaat en lid van de Tweede Kamer of misschien minister, dat Eduard de Leeuw niet groot onder de geleerden zou worden, zooals hij, David de Leeuw, het onder de winkeliers was. Zijn drie andere kinderen beschouwde hij maar als nabloei. Albert, die in leeftijd op Eduard volgde, was een stil kind, altijd in zichzelf gekeerd. Thuis heette hij «de dooie diender.» Die zou hij bij de telegrafie als klerk plaatsen. Dat was de geboren ambtenaar. Mij zou het dan wel tot commies brengen. En Samuel was een fief jongetje; die zou wel voor den handel geschikt zijn. En dan Lucie, zijn jongste kind, een beeldje. Dat moest nog maar vrij uit opgroeien. Een flink ontwikkeld kind met een fijn, mooi gezichtje. Ze was nu zeven jaar. Nog ruim tien jaar en met een beetje «adan» zou die haar weg ook wel vinden.

Treesje Vlissingen zou volgens Mantua een buitengewoon meisje zijn. 't Zou wat! Hij kende die knapheid van »sjiksies!" De dochter van Kees Dorsman, de apotheker op den Overtoom, die David kende, omdat ze beide in de loge «La bien Aimée» waren, moest ook zoo mooi zingen. David was haar gaan hooren. Ache nèbbiesj, hij had medelijden gehad met den vader. Toonladders had zij gezongen, niets dan toonladders. Wat anders kon ze niet zingen, omdat ze dat nog: niet geleerd had. Alsof ze 't noodig had te leeren! Zijn Molly zong «Der Tyroler und sein Kind» en «Jeanne d' Are a Rouen» als een lijster, zonder ooit les gehad te hebben. De menschen bleven 's avonds in de straat staan om te luisteren als Molly zong! David de Leeuw was vooringenomen met Mantua medegegaan om de pui van marmer te zien en om zich eens van Ireesjes knapheid te overtuigen. Hij kende eenige strikvragen die Chirurgijn Halma van 't Rokin telkenmale opnieuw aan Eduard deed, als hij op bezoek kwam bij David.

Het participe passé van mourir. «Mouru», antwoordde Eduard

Sluiten