is toegevoegd aan uw favorieten.

Kalverstraat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zelf brengen ... je denkt, dat ik niks te doen heb ... al ■de kamers liggen nog overhoop... en van morgen heb ik Christien gesnapt, toen zij haar moeder in de steeg een pot boter uit ons vaatje heeft gegeven. . . Je leeft midden in een dievenbende... Röt-dellen zijn het, die je tegenwoordig huurt..."

„Zeur mij nu niet met de huishouding aan mijn hoofd . . . ik heb wel wat anders vóór vandaag . . . breng nu even een bouillon aan die arme schlemielte ... ze ligt alleen op een

hok . . . doodziek. . ."

De Leeuw was weer weggegaan, Nog even had hij aan

Hoevelman gevraagd:

„Al handgeld?"

„Ja mijnheer . . . Van Deventer heeft een costuum laten aanmeten . . ."

„Niets anders?"

„Nee, mijnheer, ... op 't oogenblik is Gleichman boven bezig met een demi-saison te verkoopen . . .

„Ga er dan bij . . . je weet toch dat men hem nog geen groot stuk toevertrouwen kan om te verkoopen ...

Op straat peinsde De Leeuw over het ziektegeval bij Ricardi . . . Wat mankeerde die vrouw?... Ze zag er zoo vermagerd uit. . . en zulke holle oogen . . . Toen zij haar hoofd wat dichter bij hem had gebracht, zacht sprekend over de sjiekse, had hij neiging gevoeld om terug te wijken... Toch een goed mensch ... een jiddisch hart... en begreep den handel. . . Hoe zou hij bij Doorman aankomen ? Hij kon toch niet opeens geld ter leen vragen ... Nu, hij zou wel wat vinden... zeggen dat hij keelpijn had en een middeltje vragen ..."

Peinzend, altoos door peinzend, niet ziende de straten, niet de menschen, machinaal loopend, in zich den angst voor het accept... overleggend, berekenend, hoe genoeg bijeen te leenen om te betalen, hoe hij het geleende geld weer terug zou geven . . . kwam hij bij Doorman.

De apotheker kwam hem uit de gang met uitgestreken hand

te gemoet.

„Dag waarde broeder . . . Dat is nu eens goed van je, dat je ook eens bij mij aanloopt... En je komt, alsof je geroepen •waart . . . kom binnen . . . kom binnen . . .