Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij trok de Leeuw aan de hand de gang in, deed de deur van een studeerkamer open, de wanden rondom als boekenkasten ingericht en schoof een stoel voor de Leeuw bij zijn schrijftafel.

„Alles wèl... ja... ook thuis ? Dan is 't goed ..." De Leeuw schraapte met de keel, wilde over keelpijn klagen. Maar Doorman liet hem niet aan 't woord . . .

„Waarde broeder de Leeuw ... ik heb zooeven de laatste hand gelegd aan een nieuw bouwstuk ..."

Hij nam een groot vel papier van een stapel voor zich op de schrijftafel.

„Ziet gij, waarde broeder de Leeuw ... ik heb voor onze aanstaande receptie een hoeksteen voor 't gebouw der broederschap opgezet. . . Luister toe ... en zeg mij je oordeel. . . Maar oprecht. . . eerlijk . . . als broeder tot broeder . . . Het is over den Mensch, beschouwd in zijn verhouding tot zijn Schepper. Een nieuwe bijdrage tot de verklaring van de mythe van den Nazarener ..."

En met dezelfde zalvend-zware stem begon Doorman zijn bouwstuk voor te lezen. Eerst hoorde David toe. Maar hij kon den loop der zinnen niet volgen . . . hij was te ongerust. . . dacht aan den tijd, die verliep . . . berekende zijn kansen om bij Doorman geld te leenen ... En telkens als hij het woord „broederschap" . . . „menschenmin" liefde voor den evennaaste" wederkeerig hulpbetoon." „zelfverloochening,"

„broederbond," hoorde, laaide als een smeulend hout, dat aangeblazen wordt tot vlam, Davids hoop op . .

Maar er kwam geen eind aan 't bouwstuk . . . Telkens en telkens weer nam Doorman een nieuw vel van den stapel . . . En weer ratelden tegen David aan de woorden van menschenmin en broederdienst, ging in hem de hoop óp-néér, óp-néér . . .

Tot eindelijk het bouwstuk ten einde was.

„Nu ... en nu jouw oordeel, waarde broeder de Leeuw?"

„Het is in eén woord prachtig, broeder ... Ik ben er kapot van... Heb je niet wat te drinken... Ik voel mij overstelpt..

Waar was, dat de Leeuw misselijk was geworden door de inspanning van 't gedwongen zitten toehooren.

„Hier . . . drink een glas water. . . zoo . . . gaat het nu wat beter... Dus je vindt het mooi?"

Sluiten