Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paraitre, of very stylish ' of „ongemeen apart." Hij verzekerde,

dat een dergelijk dessein in de moderne textiele industrie

„sans pareu was en zoo er dames mede kwamen om te

kiezen, brouwde hij zwaar op het vaak herhaald: „Mevrrrauw"

terwijl hij een onderdanig verlangensblikje aan mevrrrauw

waagde. In de winkeltaal heette het publiek voor Ketelaar: „Kaleikem!

Polman, de tweede bediende, was voor het mindere publiek, dat „Polkaatjes genoemd werd. Zelf uit de heffe des volks maar sluw en het volk wèl kennend in zijn zwakheden, za^ hy met een oogopslag, wat zijn publiek moest hebben, schatte wat ze konden besteden tot op vijftig cent. Hij maakte grove, platte moppen bezwoer dat hij 'tgoed niet goedkooper kon geven, omdat hij den arbeider zijn loon gunde en elk vak waarin de werkman niet werd betaald, een pestvak noemde.' Als „moeder de vrouw mee kwam, dan zei hij, dat de man niks met zijn kleeren te maken had, dat hij ze droeg, maar „moeder de vrouw er tegen aan moest kijken.

Nathan Souget was voor V publiek van Marken en Uilenburg (genoemd naar den vogel Uil.) Hij was een klein vief joodje, bekend met alle families uit 't armste oostelijk Amsterdam en sprak, steeds aanprijzend, nooit over het goed zelf dan in gijntjes.

„Zeg-u nou 's mijnheer .. . is dat nou een goed pakkie?»

..." °„, Pakkie?... Hij zal het in geen duizend nachten verslijten.

,.Jawèl . . . maar zonder gijn ... is het nu goed goed? 't Geld is duur tegenwoordig."

„Goed goed ? As-ie 't vandaaag antrekt, kan-ie er over tien jaar nog goppe kedoesje in krijgen ..."

„Veertien vijftig — t is toch nog wel duur voor een barmitzwa-pakkie ...

„Barmitswa-pakkie ? Natuurlijk barmitswa-pakkie . . . voor het Jitchen hèt-ie geen pakkie noodig."

Als Natan Souget aan 't verkoopen was, boven in de zijkamer, waar alleen aan Marken en Uilenburg verkocht werd, stond n TPersoneel achter de deur zich te verkneuteren. En De Leeuw zelf- hoewel ernstig van aanleg, kon zich

Sluiten