Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem rustig en sterk terug aan, wèl overtuigd van zijn goedheid, geheel vertrouwend in hem . . . Dat was haar redding . . .

Als zij ééne beweging van angst, ééne poging om te vluchten gemaakt had, zou hij haar nagerend zijn, haar vol hartstocht in zijn armen gedrukt hebben, haar overstelpt hebben met kussen . . . Maar nu deinsde hij terug. Mijn God, die vrouw geloofde in hem, vertrouwde in hem, week niet voor hem . . . Hij kón het niet begrijpen ... En stil weer keerde hij zich om, sloot de oogleden half. zag haar nu met zijn geestesoog voor zich, als de Madonna op een schilderij, dat hij ergens in Italië gezien had, of wellicht niet gezien, misschien was het wel een combinatie van alle moedermaagden die hij gezien had in zijn leven, wellicht ook een visioen . . . maar achter hem liep zij in levende lijve, waar. tastbaar, reëel, en vóór hem als een geest, ontastbaar, ongenaakbaar, subtiel als de idee van de moedermaagd zelve, die baarde zonder ontwijd te zijn door een man . . .

.,|e loopt te vlug . . . Zoo gauw kan ik je niet volgen . . .'

Weer trilde hij. Voor 't eerst tutoyeerde zij hem ... En het klonk hem zoo bekend toe, alsof hij altijd met haar getutoyeerd had . . . Maar voor hem rees weer het visioen van de Madonna, van de hooge, onaantastbare, van de heilige gewijde . . . Wat was dat? Wat beteekende dat? Werd hij gek? Hij herinnerde zich eensklaps, dat zij katholiek was . . . Zou het dan toch waar zijn . . . Beschermde haar de moedermaagd zelve ?. . . O, God, was hij dan met al zijn denken en philosofie op den slechten weg geweest en leefden daar werkelijk beschermende geesten tusschen en boven de menschen . . . ?

Hij voelde, dat hij angstig werd . . . Opeens sprong een konijntje voor zijn voeten op. ruigebolde in een golvend drafje weg in 't groen . . .

..Heere Jezus! . . . Heere Jezus! . . . Help! Help! . . ." riep hij.

Zij snelde toe. lachend, zag hem liggen met het rieten mandje open naast hem en de ruige cactusbolletjes in de roode potjes door elkaar in 't zand . . .

„Gestruikeld . . . dat komt van je haast ... ik kon je heusch niet bijhouden . . . wil je toonen, dat je nog jong en sterk bent?... En kijk mijn cactusjes 'ns . . ."

Zij bukte zich naar 't mandje, beurde de plantjes, op, zette

Sluiten