Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beid was en hij allerzuinigst was blijven leven. Alles wat hij over had, had hij aan zijn ouders gezonden om zijn broers te laten leeren. Zij had drie duizend gulden op de spaarbank. Daarmede zonden zij kunnen beginnen. Als ze nog een jaar verloofd bleven, zouden zij er wel een vijfhonderd gulden bij kunnen sparen.

Nu zij verloofd waren, publiek verloofd, ving voor Hirschfeld een goed leventje in den winkel, aan. Men begon hem te vreezen. En hij werd langzaam bewust van ziju macht. Toen hij eenmaal hun lafheid zag en achter zich den steun van Suzanne voelde, durfde hij krachtiger op te treden. Zijn stem werd luider, zijn houding moediger. Hij imponeerde zelfs den patroon, die nu de boekhouding geheel in zijn handen lag en nu Hirschfeld bij fabrikanten zoowel als bij de klanten goed bekend was, vreesde hem te zullen verliezen, goed inkooper en verkooper, accuraat boekhouder, ijverige, trouwe en oppassende ondergeschikte.

Dietrich, de oudste firmant van de groote Duitsche confectie-firma Dietrich und Cohn, waarvan het grootste gedeelte der confectie-winkeliers in Amsterdam afhankelijk was, wegens hun waren, courant en goedkoop en omdat zij lange credieten gaven, zelfs geld stuurde, om wissels te dekken als de winkeliers op 't laatste oogenblik seinden, — Dietrich had Harry Hirschfeld opgemerkt. Hij had naar hem geïnformeerd en toen alle informaties goed waren, had hij hem eens 's avonds meegenomen naar de Nes. Ze bezochten tingeltangels en bordeelen en voor 't eerst kwam Hirschfeld 's morgens laat in de zaak.

Suzanne liep hem angstig tegemoet, vroeg of hij ziek geweest was.

„Een beetje", loog hij. En denzelfden avond ging hij opnieuw met Dietrich aan den bommel, belandde diep in den nacht in het bierhuis van Lothar Richter. Dat was een vreugde bij het wederzien na zoo langen tijd van scheiding. Ze bleven fuifen in gezelschap van Lothar, Elly en een paar kellnerinnen tot 's morgens vroeg. Dietrich lachte er om, toen Hirschfeld 's morgens op den Dam sentimenteel begon te roepen om zijn Suzanne. Hij meende het toch niet met die Roomsche winkeldochter? Was hij «verrückt?» Een man als hij, die aan elke

Sluiten