Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Heb je gezien mèmele ?. . . Dokter Halma heeft mij de hand' gedrukt. . . Een geleerde, moeder . . . knapper als tien prefesters ... let op . . . nou ga ik een beetje spreken met adverkaat Gazan ... je zult zien ... ik klop 'm zoo maar op z'n schouder. . .»

En hij, om de tafel heen terug naar de bekowete zij en wéér gekeken naar zijn moeder of ze het wel zag en gezet een gezicht alsof 't gewoonte was en eventjes zacht geklopt op den schouder van Mr. Michiel Gazan en met een kik in zijn keel van zenuwen gevraagd: «Bent u tevrede met u zitplaats? Mijn wérk . . . Ricardi wou u daar zetten ..."

En wéér naar moeder gekeken en gevraagd met de oogen: «Ziet u het, mèmele ... ik sta zoo mir nichts dir nichts met 'm te spreken ...»

De soep zou opgediend worden ... de feestmaaltijd ving aan. De kok had gezegd: «Laat nu 't lied zingen onderwijlde soep wordt neergezet voor de gasten. Want ik dien alles gloeiend heet op en als dan 't lied uit is, is net de soep zoo warm en koud als ze moet zijn ...»

Ricardi was op een stoel geklommen, had de geachte aanwezigen verzocht het «Bruiloftslied» aan te heffen. En hij zelf, met een klein zwart stokje, wees Nathan Souget naar de muzikanten, die achter het bruidspaar op een klein, hardkleurig tooneel zaten en de muziek hief de wijze van «Henri's Drinklied» aan.

De gasten stonden op en de zijden zakdoekjes in de hand, begonnen ze het liedje te zingen, terwijl de kellners haastig de borden soep op de tafels schoven.

Na 't zingen was 't een oogenblik stil. Er zou wat gewichtigs geschieden. De soep zou beoordeeld worden.

Maar Nathan Souget, zijn lust niet kunnende bedwingen, had haastig bij den kok, achter in de zaal aan de buffettafel, een lepel soep naar den mond gebracht. Meteen had hij den lepel met een schreeuw van zich afgegooid en de beide handen aan zijn mond brengend, gilde hij, tusschen het rumoer van 't gonzend gezang door :

«O Adesjèm, o Hemelsche Vader daarboven, help... help . . . help! . . .»

,,Wat is er?» riep de vrouw van den kok, die zijn gelaat verbleeken zag.

Sluiten