Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu ging het feestmaal door. Het eten was buitengewoon goed en zelfs Nathan Souget, die zich met een sfeer van medelijden had weten te omwademen, at met vraatzucht, liep met een groote vette poot van een kapuin in de hand rondf maakte «gijntjes» op de kellners, kwam weer op zijn verhaal. Hij had Eduard naar den kok gestuurd, hem laten vragen ot de «ham» haast kwam. Hij was naar de muzikanten gegaan, had ze aangezet om méér te spelen.

«Ze spelen mij zoo'n köjsche meziek,» had hij tegen Mr. Gazan gezegd. «Weet u, ik hoor graag een potpoerietje uit Carmen of de Jodin ...»

" En hij had 'het lied van den Toréador geneuried, dicht bij Mr. Gazan, die al een paar maal zich bij Molly beklaagd had over den indringerigen ceremonie-meester.

Molly was 't aan haar vader gaan vertellen.

«Ricardi, let een beetje op Nathan. 'k Geloof, dat hij wat.

öp heeft. . •»

Maar Nathan had het gehoord.

,Op? i)c wat óp? Zal 'k in deze augurk stikken als ik wat anders gedronken heb dan een klein glaassie zoete port. Neen, kijk u eens naar die pilledraaier. Die raakt m. Die man

heeft 'r al een okshoofd in.»

Het was waar. Doorman dronk gestadig. Hij was met Halma in een aesprek gewikkeld over de Hiram-legende. In zijn binnenborstzak had hij een dikken bundel groot-formaat papier met een bouwstuk over die legende, dat hij straks als feestrede zou uitspreken. Want hem was het opgedragen de feest'

rede te houden. 111

Toen de maaltijd tot aan het dessert genaderd was, klonk

de trompetteerende stem van Ricardi van het tooneeltje:

«Dames en Heeren. De rij der toasten wordt geopend door

den heer C-ornelis Doorman, feestredenaar.»

Doorman stond op, boog, liep met een duizelig hoofd maar

vasten stap naar het podium en rustig zich plaatsend voor den

kleinen lezenaar, ving hij met een breed gebaar, zijn speech

aan. «Hier te midden van het uitverkoren ras, tusschen mannen

van zoovéél beproefde kennis, aarzelde hij niet te spreken over

Hiram, den bouwheer van den tempel van Salomo.

Sluiten