Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij wenkte Ricardi.

«Zeg hem toch, dat het te laat wordt. . .»

Ricardi liep naar het podium.

«Met het oog op den tijd verzoek ik den geachten spreker een oogenblik te pauzeeren!» brulde hij boven de onsterfelijkheid uit.

Doorman schrok, zweeg even, wilde weer voortgaan.

Maar Nathan Souget was op zijn post. Hij had de muziek terzij opgesteld, liet nu een fanfare spelen, zette zelf in.

't Is mooi geweest,

't Is mooi geweest,

't Is bliksems mooi geweest...

De zaal zong mee ... er volgde gebrul en geklap . . .

David liep met beide handen op Doorman toe.

«Dank je, dank je broeder, het was meesterlijk... Op je

welzijn, op je welzijn! ...»

Er waren twee groote taarten op tafel gezet waarop dikke poppen van suiker. Nathan Souget had er op geloerd, deze poppen weg te nemen en ze als souvenir te bewaren Maar aan het benedeneind van de tafel, waar de geheele familie Zadoks zat, vader, moeder, twee zonen en twee dochters, werd

braaf «gesakkeld.»

Met ontzetting had Nathan gemerkt, hoe deze gasten van alle schotels, die 't maar eenigszins verdroegen, groote hoeveelheden in hun zakken smokkelden. Daar bij hen het laatst de schotels kwamen, zag Nathan tot zijn verdriet, dat er niets voor hem zou overblijven om 's avonds mede naar huis te nemen, waarop hij, als ceremonie-meester recht gevoelde te hebben.

«Wat zeg je er van?» had hij al aan Isidor Goudsmit gevraagd. «Is het geen diefstal? Mag men dat doen? Moet ik

mij zoo weerloos laten bestelen ?»

De Zadoks waren vérre bekenden, maar daar ze met baartje in één «gewre» zaten, waren ze genoodigd. Ze hadden een klein geschenk van zilver gegeven, twee groentelepels, maar zeer gierig, hadden ze elkaar bezworen, de waarde van t geschenk «er uit te eten.»

Sluiten