Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de taart nam en terzijde in de open tasch liet verdwijnen.

Hij was even stom van ontzetting. Maar bliksemsnel kwam

een plan in hem op.

Hij wachtte, scherp het oog gesteld op de familie, beneden aan de tafel, op het einde van Halma's speech. Die sprak eenvoudig, rustig, herstelde wat Doorman bedorven had, sprak over het geluk, dat het echtpaar beschoren was, hoopte op hun lang leven, dankte «zijn vriend David De Leeuw», voor de eer van deze uitnoodiging en toen hij eindigde, weende David De Leeuw echte tranen en Stijntje zelve weende en de oude vader reikte hem de hand, terwijl de gasten mee jubelden op de wijs van de muziek een «Lang zal — ie leven in de gloria!»

«Ik vraag het woord voor een tooverstukje!> schreeuwde Nathan Souget, staande op een stoel, snel door hem midden op de estrade gezet.

«Leve de ceremonie-meester!» jubelde men.

David keek wat ongerust, maar er was niets aan te doen.

«Ik verzoek mij, de phop van die taart daar aan te reiken.»

Isidor Goudsmit, die al wat vermoedde, bracht hem de groote suikerpop. Hij had zich ook geërgerd aan de houding der familie, sprak er met anderen over, die ook zachtjes achter hen liepen om hun het «Fress es eraus!» te hooren dreunen

«Dames en Heeren!» schreeuwde Nathan. «U ziet hier allen deze mooie phop. U ziet hem hier.»

«Ja! Wij zien hem!» riepen de gasten.

«Nu verberg ik de phop hier, in deze doek en leg dezelve neer, hier achter deze potten. Op het bevel van één twéé, drie . . . hokus, pokus, pons . . . mijnheer Goudsmit as ik u verzoeken mag de phop te gaan halen achter aan de tafel bij

juffrouw Zadoks ...»

Het was stil. . . men begreep nog niet wat er zou gebeuren

«Ik heb hem niet. . . ik heb hem niet!» riep juffrouw Zadoks, verontwaardigd en beangst.

Maar Isidor Goudsmit, de groote, zware slager, liep met een grijns op haar toe, haalde de andere pop met geweld uit de geopende tasch, vertoonde haar aan de gasten, die allen dadelijk begrepen wat er aan de hand was. Een donderend gejuich

Sluiten