Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

óók zoo'n sterfbed geven. Hij had het verhaal uit David's eigen mond. Die had het hem verteld en gezegd: «Nauman, ik wou, dat ik al zoover was.» «Waarom ? Een krachtig persoon met nog een leven voor zich.» «Omdat ik opgevreten word van de zorg. Ik zit vast aan een groote zaak en ik kan er niet uit.» «Iedereen kan er uit als hij er uit wil.» Gehandeld had hij met De Leeuw, dag aan dag, wel een maand lang. Toen had De Leeuw toegegeven en voor zesduizend gulden was De Leeuw uit zijn zaak gegaan en had zijn voorraad aan Nauman overgedaan. Een prachtige koop was 't geweest. Al het goed had hij verkocht aan Harry Hirschfeld. Want die was begonnen door de heele stad in de volkswijken kleine winkels onder den naam van den zetbaas op te zetten. Niemand wist daarvan dan Nauman. Nauman kocht de goederen en Harry Hirsfeld kocht ze weer van Nauman voor zijn winkels.

De Leeuw had nog niet genoeg van 't winkelen. Hij was nu een kleinere zaak begonnen, met als personeel maar één knecht en Nathan Souget als bediende.

Het zaakje was gevestigd in een klein huisje, vlak bij de Munt, in het goedkoope gedeelte van de Kalverstraat. Het was geen fijne zaak meer. Nathan Souget sprak dikwijls de kijkers voor het winkelkastje aan, trok ze als aan de mouw naar binnen. Het was in den winkel gestadig «uitverkoop», juist als bij Ricardi. David de Leeuw zelf was zichtbaar verouderd, liep niet meer rechtop. Doch hij had nog altijd een onbevlekten naam, werd erkend als een fatsoenlijk man, aan wien niemand ooit een cent te kort was gekomen. Maar ik laat hem nog niet schieten, dacht Nauman.

De groote zaak heb ik gehad en de kleine zaak zal ik ook wel krijgen. Standhouden doet hij toch niet.

En zoo bleef hij zijn dagelijksche bezoeken bij De Leeuw voortzetten. Eiken morgen kwam hij even voor de deur drentelen, om te zien of het zijn tijd al was. Dikwijls had hij gemerkt, hoe David de Leeuw schrikte voor zijn gestalte, zich met toorn in de oogen van hem afkeerde.

«Al goed, al goed,» grijnsde Nauman. «Is 't vandaag niet, dan is 't morgen. Nauman is niet dom. Hem ontgaat niemand als hij zijn zin op 'm gezet heeft. Vloek jij maar

Sluiten