Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tigheid. Heit dat mamzer zichzelf de kist laten toesturen door van Gend en Loos. . . Op de markt heb ik ze moeten laten, de hééle kist voor vijf gulden en heb nog God moeten danken . . . Maar ik krijg 'm wel, die Pottegies. . . Moest men niet naar den rechter kunnen gaan om zich te beklagen. . . Maar die zou een ouwen man nog in 't fletse zetten er bij . . . omdat-ie ongeregeld koopt. . . voor 'n oud mensch was er geen recht te krijgen. . . Geméénheid, om te zeggen half-zijen dassen en stropdassies te verkoopen . . . Nog uitgelachen er

bij had hij hem . . . David De Leeuw had ook méé-gelachen

omdat ie een oud man had weten te bedriegen.

De oogen naar den glimmerigen grond, schuifelde hij voort, peinzend, half-luid sprekend zijn gedachten, tot hij bij den winkel van David de Leeuw was. . .

«Gelachen hèt-ie óm mij . . . Hij zal óók zijn «mekajem» wel krijgen ... Hij is al verminderd ... en hij zal nog méér verminderen ...» Hij stond nu voor de deur, grijnsde zoet naar binnen.

«Daar staan ze . . . De Leeuw en de Pottegies ... ze lachen weer . . . d'r in blijven zullen ze . . . allebei ...»

De Leeuw trok de deur open.

«Niks te verdienen voor een oud man?» vroeg de Azer.

«Vraag het hém!» zeide De Leeuw, wijzend op Ricardi.

«Heb je wat voor mij ? Maar wat beters, dan die kleine stropjes...» zoetig lachte hij met het hoofdje schuin, knikkend naar Ricardi.

♦Ja . . . wat beters . . . nou heb ik een gróóten strop voor je! . . .» riep Ricardi gul. «Dan heb je, wat je verdient! . . .»

De Leeuw schoot in een lach en Nathan Souget, staande achter het vervelooze toonbankje riep:

«Goed is-ie . . . Waarachtig goed is-ie... Die zal ik onthouwen ...»

«Een groote strop?» herhaalde de oude man giftig. «Best... blijf er dan in hangen tot ik 'm kom halen ...»

Maar De Leeuw wilde niet, dat de oude man zoo kwaad heen ging.

«Wat maak je op den vroegen morgen ruzie . . . kom een oogenblik achter ... Je kunt toch niet nat regenen . . . Drink een kop koffie ...»

Sluiten